Op deze pagina kunt u (een deel van) de bij PTG/e beschikbare analyse apparatuur en technieken vinden inclusief een korte beschrijving van het apparaat of de techniek.

Compounder (dubbelschroefs)

Met een compounder kunnen additieven bij een thermoplastisch materiaal worden ingemengd of zelfs reactieve extrusie is mogelijk.

Materiaalverwerking wordt uitgevoerd op een ThermoElectron Rheomex OS – PTW 16 dubbelschroefs compounder met diverse koppen, zoals monofilament, tape (2 cm), film (10 cm). De schroefdiameter is 16 mm, de schroefopbouw en L/D verhouding is variabel (25 of 40) met een maximale temperatuur van 400 °C.

Wanneer er een goede receptuur ontwikkeld is, kan er een monsterbatch op kiloschaal gecompoundeerd worden, die vervolgens met de pelletizer tot granulaat kan worden gehakseld. Dit granulaat kan de klant dan met behulp van zijn eigen apparatuur testen voor de beoogde toepassing.

Dynamic Mechanical Thermal Analysis (DMTA)

Met een  DMTA analyse wordt het visco-elastisch gedrag van een materiaal bepaald als functie van de temperatuur of van de frequentie. Hiermee wordt informatie verkregen over de stijfheid van het materiaal.

Metingen worden uitgevoerd met een TA Instruments Q800 DMTA, waarbij gemeten kan worden van -100 tot 300 °C. Er zijn klemmen beschikbaar voor het meten van een materiaalfilm (tot 2 mm dikte) en een teststaafje (dikte tot 4 mm; dual/single cantilever en 3-punts buig klemmen).

Met de resultaten van een DMTA meting kan de glasovergangstemperatuur (Tg) bepaald worden. In een DMTA diagram wordt de elasticiteitsmodulus (E-modulus) weergegeven als functie van de temperatuur. De E-modulus is een maat voor de stijfheid van een materiaal.

Differential Scanning Calorimetry (DSC)

Met een DSC analyse wordt gekeken naar de thermische overgangen (o.a. smeltpunt, Tg en kristallisatie) in een materiaal.

Metingen worden uitgevoerd met een TA Instruments Q2000 DSC, waarbij gemeten kan worden van -80 tot 300 °C. Een monsterhoeveelheid van 3 mg is al voldoende voor een meting.

Met de resultaten van een DSC meting kan onder andere bepaald worden of en wanneer een materiaal smelt. Ook is het mogelijk om een onderscheid te maken tussen een homopolymeer, een copolymeer en een blend.

Infrarood (IR) spectroscopie

Met de IR spectroscopie analyse wordt van een kunststof een (infrarood) spectrum opgenomen dat uniek is voor dat type materiaal, een soort van vingerafdruk.

Metingen worden uitgevoerd met een PerkinElmer Frontier FT-IR spectrometer of een Varian 670IR spectrometer, uitgerust met een 610IR microscoop.

Met een IR analyse kan een onbekend organisch materiaal geïdentificeerd worden. Hierbij kunt u denken aan een klein stukje van een product (1x1cm), een poeder (10mg), of zelfs vervuilingen tot aan een diameter van 50 μm. Voor deze identificatie heeft PTG/e de beschikking over een uitgebreide IR-spectra database. Verder is de IR analyse een uitstekende techniek voor het vergelijken van verschillende materiaal batches. Gelijke materialen hebben namelijk een identiek IR-spectrum.

Karl Fischer waterbepaling

De Karl Fischer waterbepaling is een methode om het watergehalte van een monster te bepalen. Dit monster kan zowel een organisch oplosmiddel als een vaste stof zijn.

Metingen worden uitgevoerd met een Metrohm 831 KF Coulometer gekoppeld met een Thermoprep 832 oven. Vaste monsters kunnen gemeten worden over een temperatuurbereik van 30 tot 250 °C.

Met de Karl Fischer bepaling kunnen watergehaltes, variërend van ppb-niveau tot 100%, nauwkeurig vastgesteld worden. Het systeem reageert alleen op water waardoor dit een selectieve meetmethode is.