Op deze pagina kunt u (een deel van) de bij PTG/e beschikbare analyse apparatuur en technieken vinden inclusief een korte beschrijving van het apparaat of de techniek.

Platenpers

Met een platenpers kunnen monsterplaatjes geperst worden voor verdere analyse zoals DMTA, reologie, trekproeven, etc.

Materiaal verwerking wordt uitgevoerd op een Dr. Collin P200E platenpers, die verwarmd kan worden tot 300°C. Door gebruik te maken van specifieke mallen kunnen films van diverse diktes geperst worden. De mallen kunnen snel gekoeld worden met koelcassettes.

De grootst mogelijke monsterplaatjes, die geperst kunnen worden, zijn 150 bij 150 mm, met een maximale dikte van 4 mm.

Reologie

Reologiemetingen kunnen worden gebruikt om informatie te verkrijgen over het vloeigedrag van een materiaal bij verschillende temperaturen en afschuifsnelheden.

Metingen worden uitgevoerd met een TA Instruments DHR-2 reometer, uitgerust met een parallele plaat geometrie. Deze geometrie kan in een ETC oven geplaatst worden, waardoor er binnen een temperatuurbereik van 30 tot 600 °C gemeten kan worden.
Verder is er een Peltierplaat beschikbaar voor het meten van (viskeuze) vloeistoffen, waarbij gemeten kan worden binnen een temperatuurbereik van -20 tot 200 °C. Hierbij kan ook gebruik gemaakt worden van een solvent trap om verdampen van de vloeistof tegen te gaan.

Reologie-experimenten kunnen worden uitgevoerd op twee manieren: constante temperatuur / variabele frequentie of variabele temperatuur / constante frequentie. Uit de experimenten met variabele frequentie kan ook een waarde voor de zogenaamde ‘zero shear’ viscositeit worden afgeleid.

Röntgenfluorescentiespectrometrie (XRF)

Met röntgenfluorescentiespectrometrie of X-ray Fluorescence (XRF) is het mogelijk om op een niet destructieve manier een elementanalyse uit te voeren aan een monster.

Scanning Elektronenmicroscoop (SEM)

Een elektronenmicroscoop maakt gebruik van een bundel elektronen om het oppervlak van een monster af te beelden. Hiermee zijn veel grotere vergrotingen te halen dan bij een lichtmicroscoop.

Analyses worden uitgevoerd met een FEI Quanta 3D FEG SEM, waarmee vergrotingen van 30x tot 1.000.000x met een resolutie van 2 nm mogelijk zijn. Daarnaast is er een EDX (Energy Dispersive X-ray) probe beschikbaar, waarmee aanwezige elementen in het monster zichtbaar gemaakt kunnen worden.

Met een SEM analyse is het mogelijk om zeer gedetailleerd een oppervlak van een monster in beeld te brengen. Daarnaast kunnen (zeer) kleine verontreinigingen of vreemde materialen in een monster in beeld gebracht worden en worden geïdentificeerd met een elementanalyse.

Slagtester (IZOD & Charpy)

De slagproef is een gestandaardiseerde testmethode om de taaiheid of gevoeligheid voor brosse breuk te analyseren.

Metingen worden uitgevoerd op een Zwick/Roell HIT5.5P slagtester, met alle voor kunststoffen bruikbare slaghamers. De metingen kunnen op kamertemperatuur uitgevoerd worden conform IZOD (ISO 180) of Charpy (ISO 179). Tevens kunnen de monsters worden gekerfd met een gestandaardiseerde snijder.

De (kerf)slagwaarde wordt gedefinieerd als de breukenergie per eenheid van dwarsdoorsnede van het proefstaafje (ter hoogte van de kerf).